Boek

Het vlindereffect : bladzijden uit een dagboek geschreven tussen zomer 2006 en zomer 2007

Het vlindereffect : bladzijden uit een dagboek geschreven tussen zomer 2006 en zomer 2007
×
Het vlindereffect : bladzijden uit een dagboek geschreven tussen zomer 2006 en zomer 2007 Het vlindereffect : bladzijden uit een dagboek geschreven tussen zomer 2006 en zomer 2007
Boek

Het vlindereffect : bladzijden uit een dagboek geschreven tussen zomer 2006 en zomer 2007

Nederlands
2025
Volwassenen
Dagboekaantekeningen en gedichten over liefde, verlies en ballingschap, geschreven door de bekende Palestijnse dichter (1941-2008).
Genre Gedichten
Onderwerp Ballingschap, Palestina
Titel Het vlindereffect : bladzijden uit een dagboek geschreven tussen zomer 2006 en zomer 2007 / Mahmoud Darwish ; vertaald uit het Arabisch en van een nawoord voorzien door Richard van Leeuwen
Taal Nederlands, Arabisch
Oorspr. taal Arabisch
Oorspr. titel Athar al-farâsha
Uitgever Amsterdam: Uitgeverij Jurgen Maas, 2025
163 p.
ISBN 9789493397095

De Standaard

“Hij is de zoon van jullie allen”, sprak zijn moeder
Catherine Vuylsteke - 26 april 2025

Over Mahmoud Darwish (1941-2008) wordt steevast in superlatieven gesproken. Collega-dichters noemen hem “de adem van Palestina”, hij is de schrijver die voetbalstadions vulde, de man die het lot van zijn volk in onvergetelijke woorden ving. Een kosmopolitische balling was hij bovendien, die naast Arabisch ook Hebreeuws, Frans en Engels sprak, en die in 1997 definitief terugkeerde naar de Westelijke Jordaanoever.

“Geen mens was de afgelopen drie decennia méér gevierd”, schreef de Egyptische auteur Ahdaf Soueif net na zijn dood. “Zijn gedichten raakten al vroeg verankerd in het nationale bewustzijn - een zeldzaamheid voor een levende schrijver.” In de jaren na zijn overlijden openden hier en daar aan hem gewijde studiecentra. Zelfs Brussel had van 2016 tot 2021 in Bozar een 'leerstoel Mahmoud Darwish'.

“Hij zal voortleven”, meende de Zuid-Afrikaanse schrijver Breyten Breytenbach in Berichten uit de Middenwereld (2009), “door de tijdloze liefde die zijn woorden bedrijven.”

Aanwezige afwezige

Mahmoud Darwish wordt in 1941 geboren in al-Birwa, een dorp in Noordoost-Palestina onder Brits Protectoraat. Als kleine jongen maakt hij de Nakba (1948) mee, waarbij 750.000 Palestijnen door Israëli's van hun land worden verdreven. Zijn familie vlucht naar Libanon en als ze twee jaar later terugkeert, is alles verwoest en zijn er in het dorp twee Joodse nederzettingen. Het is te laat om als Israëlische staatsburgers te worden erkend - het gezin krijgt de status van 'aanwezige afwezigen' en Darwish groeit op in de illegaliteit.

De onsportieve en fysiek zwakke jongen ontdekt al vroeg de liefde voor taal. Hij woont bijeenkomsten bij waar zijn opa met vrienden Arabische legendes reciteert. “Veel van die verhalen waren romantisch,” vertelde hij in een interview met Bomb Magazine (2002), “ze gingen over geliefden en dichters, ik voelde me geroerd door de verzen. Ik begon te dromen van een leven als dichter, de dichter als mysterieuze figuur met bovennatuurlijke krachten.”

Op zijn twaalfde komt Darwish voor het eerst in de problemen. Als hij op school een zelfgeschreven gedicht moet voorlezen voor de Israëlische onafhan- kelijkheidsdag, beschrijft hij de gevoelens van een kind dat terugkeert naar zijn stad en ontdekt dat andere mensen in zijn bed slapen en het land van zijn vader bewerken. De volgende dag bedreigt de militaire gouverneur hem: zijn vader kan zijn werkvergunning verliezen. “Ik had louter de waarheid verteld, ik was me niet bewust van het gevaar van woorden. Als de machtige Israëlische staat boos wordt door een gedicht, dan moet poëzie wel een ernstige aangelegenheid zijn.”

Drie jaar later belandt Darwish achter de tralies vanwege zijn geschriften. Zijn moeder bezoekt hem met koffie en fruit, voor het eerst toont ze dat ze van haar zoon houdt. “Het was het waard,” vertelt hij later, “de prijs van de gevangenis te betalen om haar liefde te voelen.” Darwish schrijft daarover het gedicht 'Ik verlang naar het brood van mijn moeder' . Het wordt op muziek gezet door Marcel Khalifé, die er een monsterhit mee scoort. Tot verbazing van Darwish wordt het lied begrepen als een metafoor voor ontheemding uit Palestina.

1960 is een belangrijk jaar voor de jonge dichter. Hij verkast naar Haifa en wordt lid van de communistische partij, de enige Israëlische politieke formatie die Palestijnen toelaat. Hij werkt voor verschillende tijdschriften, en zijn eerste bundel verschijnt, Vogels zonder vleugels . In de jaren die volgen, wordt hij nog vijf keer opgesloten. Voor zijn teksten, of omdat hij 'illegaal' reist in Israël. Eén keer vanwege het gedicht 'Legitimatiebewijs' (1964), dat uitgroeit tot een strijdlied van de Palestijnse beweging. “Noteert u maar! / Ik Arabier / De wijngaarden van mijn voorvaderen heb je geplunderd, / land waarop ik werkte in het zweet van mijn aanschijn / samen met al mijn kinderen / Voor ons en onze nakomelingen / heb je niets overgelaten dan deze rotsen.”

Tegen 1970 ziet Darwish in Israël geen toekomst meer: hij vertrekt en het zal meer dan een kwarteeuw duren voordat hij terug mag komen om zijn moeder te bezoeken. Zijn politieke reis brengt hem in 1973 van de communisten naar de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie PLO. Een jaar later schrijft hij Arafats beroemde VN-toespraak 'Laat de olijftak niet uit mijn hand vallen'.

Beulen

Darwish vestigt zich in Beiroet, maar wordt er na de Israëlische invasie van 1982 samen met de PLO verdreven. Daarover schrijft hij het aangrijpende Memory for forgetfulness (1986). Het volgende decennium is er een van zwerven: Tunis, Cyprus, Damascus, Athene, Parijs. Ondertussen verbreedt en verdiept zijn poëzie zich: het gaat van het collectief-politieke naar het persoonlijke, en van Palestijnse thema's naar universaliteit.

In 1987 wordt Darwish verkozen voor het Uitvoerend Comité van de PLO, maar in 1993 neemt hij ontslag uit protest tegen de Oslo-akkoorden. De dichter is er niet van overtuigd dat Israël zich uit de bezette gebieden zal terugtrekken - geef hem eens ongelijk. In zijn laatste jaren is Darwish productiever dan ooit, hij reageert op de tragedies in Irak en Libanon en op de gewelddadige conflicten tussen Palestijnse facties. Over het aantreden van Hamas in Gaza in 2007 dicht hij: “Eén volk heeft nu twee staten / Twee gevangenissen die elkaar niet begroeten / Wij zijn slachtoffers, verkleed als beulen.”

Enkele van zijn laatste gedichten en dagboekfragmenten zijn opgenomen in de pas verschenen bundel Het vlindereffect. Ze geven een indringend beeld van de terugkerende thema's in zijn oeuvre, alsook van de dichter als individu, met zijn angsten, obsessies en verlangens. “Ze tonen Darwish als een ultragevoelig mens”, schrijft vertaler Richard van Leeuwen in het nawoord, “die ingetogen en bescheiden is, maar ook eenzaam in zijn zelfgekozen radicale definitie van dichterschap.”

Blik op de roos

Op 9 augustus 2008 sterft Darwish na een hartoperatie in een ziekenhuis in Houston, Texas. Hij wilde begraven worden in zijn geboorteplaats Galilea, maar de Israëli's verbieden dat. Het graf van de dichter ligt nu in Al Rabweh, een kleine heuvel aan de westelijke rand van Ramallah. Bij de uitvaart verzamelden zich daar tienduizenden mensen, zijn 96-jarige moeder sprak hen toe. “Hij is de zoon van jullie allen”, zegt ze, en zo voelt het ook aan voor de toehoorders, die veel van zijn gedichten uit hun hoofd kennen.

Kort voor zijn dood had Darwish nog 'De dobbelspeler' voorgedragen, zijn laatste gedicht, dat volgens kenners zijn fundamentele aard weerspiegelt. “Wanneer de lucht asgrauw lijkt / En ik een roos zie die plotseling openspringt / Uit een scheur in de muur, zeg ik niet: / De lucht is asgrauw! / Ik richt mijn blik op de roos / En zeg: Wat een dag!.”

NBD Biblion

Bookarang (AI samenvatting)
Een bundel met dagboekaantekeningen en gedichten van de Palestijnse auteur Mahmoud Darwisj (1941-2008). Mahmoud Darwish wordt beschouwd als de poëtische stem van het Palestijnse volk. In deze bundel zijn gedichten, dagboeknotities en fragmenten verzameld uit de periode 2006-2007. Darwish schrijft over liefde, verlies en de pijn van ballingschap in teksten die ondanks de harde realiteit getuigen van hoop en vreugde. Dit was zijn laatste werk, opgetekend nadat Israël Gaza en Libanon binnenviel in de zomer van 2006. De bundel combineert lyrische en filosofische elementen met ironie, spel en verzet. Darwish verweeft mythes en dromen in zijn beschrijvingen en voert een terugkerend, vaak luchtig gesprek met de dood. In poëtische, beeldrijke stijl geschreven. Met name geschikt voor literaire lezers. Mahmoud Darwish (Al-Birwa, 1941 - Houston, 2008) was een Palestijnse dichter, kunstenaar en liedschrijver. Zijn werk wordt in meer dan veertig landen uitgegeven en won meerdere literaire prijzen, zoals de Golden Wreath en de Prins Claus Prijs.