Variaties op aanwezigheid
Variaties op aanwezigheid
Details
107 p.
Besprekingen
Trouw
Dat het is alsof er op je hoofd geschoten wordt als er iemand tegen je praat. Dat je daarom de telefoon niet meer opneemt. Dat je alleen nog in staat bent te liggen 'omdat je niet anders kunt in een lichaam dat gevuld is met stenen die langs elkaar schrapen, langs je organen en je huid'.
Zo voelt het dus als je long covid hebt. De voorbeelden komen uit Variaties op aanwezigheid, de tweede dichtbundel van Eva Meijer. Een bundel waarin op zo'n beetje elke pagina hetzelfde gebeurt. Want de wereld van de 'ik' is klein en door de ziekte noodgedwongen ingeperkt tot de bank, met uitzicht op de tuin met spelende eksters.
Elke dag is vrijwel een herhaling van de vorige. Tijd gaat voorbij en staat tegelijk stil: 'De stilstand is de ziekte, in de stilstand woont de dood'. Gedachten, vragen, herinneringen, ze keren steeds en soms in net iets andere vorm terug: is ziek zijn een oefening in loslaten? Besefte de gezonde 'ik' wel genoeg hoe belangrijk alledaagse dingen als praten en lopen waren?
De overpeinzingen zijn bondig, de zinnen sober, de woorden afgepast, als om energie te sparen. De beelden zijn tegelijk kraakhelder: 'Dag en nacht lopen in elkaar over. Alsof ze in een potje zijn gestopt en door elkaar geschud en weer losgelaten.'
In Meijers toon klinkt zowel berusting als opmerkzaamheid ('ik begrijp nu dat een grasspriet net zoveel over het leven weet als ik'). En soms vlamt fel activisme weer even op: is gevangen zijn op je eigen bank hoe dan ook niet veel minder erg dan het leed dat dieren in gevangenschap moeten doorstaan?
Vrienden nodigen een zieke na verloop van tijd niet meer uit. Uitleggen aan anderen wat er in lichaam en geest aan de hand is, ook dat gaat niet. Maar juist in de herhaling van steeds hetzelfde, in de verschuiving van woorden en tekstfragmenten, wordt die 'dubbele eenzaamheid' van de persoon op de bank - 'ik zoek een ander woord voor moe' - almaar pregnanter voelbaar.
Een gesprekje met vriendin M., het aaien van hond Doris, dat zijn in 'dit ronddraaiende nu', waarin de ik zich soms 'half bank, half oog' voelt, kleine maar dierbare momenten. Want die geven het gevoel: 'ik ben nog steeds iemand die leeft. Ik ben nog steeds iemand die liefheeft.'